Blog

  • Verduitsing en Vernederlandsing

    Verduitsing en Vernederlandsing

    🇬🇧 🇩🇪

    Inleiding

    Terwijl ik het boek “De Bourgondiers” heb gelezen, ben ik tot enkele woorden erachter gekomen, woorden die ik besefte dat ze verduitsd konden worden. Bijvoorbeeld, het werkwoord “smeken” wordt “schmeicheln” in het Duits, niet het beste voorbeeld, aangezien “ln” een equivalent van het iteratief “len”. Bovendien zou het perfecte equivalent van smeken het Middelhoogduitse woord “schmeichen” zijn”.

    De Nederlandse taal is, in wezen, een Nederfrankisch Hollands dialect met Brabants en Fries invloed.

    In het geval van het Duits, hoewel er gedurende het oudhoogduitse tijdperk een heleboel dialecten bestonden, stamde het Duits in wezen af van de Meißense kanselarietal. Behalve “pf” zijn de meeste kenmerken van het Duits ostmiddelhoogduits. De medeklinker /pf/ is een kenmerk dat in de Opperduitse dialecten optreedt.

    De Nederfrankische dialecten behalve sommige Limburgse dialecten (die door de Keulse expansie beïnvloed werd) en ook de Nederrijne dialecten, werden niet door de tweede Germaanse klankverschuiving beïnvloed en daardoor behoudt veel oorsprongelijke westgermaanse medeklinkers (niet alleen het Nederlands, maar ook het Engels, het Fries en het Nederduits)

    Ik vermeld dit, omdat men om het verduitsings- en vernederlandingsproces te begrijpen, moet begrijpen waarom deze talen zo zijn. Een groot deel van het verschil tussen het Hoogduits en het Nederlands is de medeklinkers.

    Er zijn meerdere raamwerken en isoglossen om het thema beter te begrijpen, houwel ik me focus op de Uerdinger-lijn. Er zijn wel raamwerken zoals de Bernrather lijn, maar het Nederlands, zoals ik eerder heb vermeld, toont, in tegenstelling tot andere Nederfrankische dialecten zoals Limburgs en Düsseldorfer Platt, alle kenmerken van een dialect, niet aangetast door de tweede Germaanse klankverschuiving.

    Historisch Verloop van de Uerdingen en Karlsruher Lijn tot 1945

    Credit to (MicBy67)

    De afbeelding bovenaan toont twee lijnen; de bovenliggende is de Uerdinger-lijn, die door Noord-Duitsland, Nederland en België snijdt. In het gebied boven de lijn wordt de oorspronkelijke Germaanse medeklinker /k/ (behalve de eerste lettergreep) uitgesproken, bijvoorbeeld “ik” en niet “ich”. Onder de lijn worden /k/, /χ/, /ɕ/,/ç/ of /ʃ/ in sommige Alemannische dialecten. De tweede lijn onderaan het beeld is de Karlsruher-lijn, die de Opperfrankische dialecten afgrenst van de Alemannische en Beierse dialecten.

    De medeklinkers

    DuitsNederlandsVoorbeelden
    Pf /pf/P /p/Pfanne – Pan, Pferd – Paard
    F /f/P /p/greifen – grijpen, auf – op
    Sch /ʃ/ (1)S /s/schlafen – slapen, schleifen – slijpen
    Sch /ʃ/ (2)Z /z/Schwach – zwak
    Sch /ʃ/ (3)Sch /sx/Schiff Schip
    Ch /x/K /k/Ich – ik, machen – maken
    G /g/G /ɣ/Gut – Goed
    ß /s/T /t/Heißen – heten, beißen – bijten
    T /t/D /d/Tag – dag, Teil – deel, Tal – dal
    B /b/V /f/geben- geven, heben – heffen
    ft /ft/cht /xt/Luft- Lucht, Kraft – Kracht
    Z /ts/T /t/Zehn – Tien, Herzog – Hertog,
    F /f/V /v/finden vinden, Fleisch vlees
    W /v/W /ʋ/ (Root initial)Wo Waar, war was

    Opmerkingen

    Pf, F, Ch /x/, ß, T, Z /ts/, B (tot op zekere hoogte) zijn de gevolgen van de tweede Germaanse klankverschuiving.

    De overgang van /v/ → /b/ kan de tweede Germaanse klankverschuiving en “the Germanic spirant law” toegewezen worden, wat leidt tot de vervanging van b door v en f in enkele vormen van een woord, bijvoorbeeld *habjaną – *haftaz, haben – Haft.

    De eerste twee sch klanken zijn een resultaat van s̠ – /ʃ/ voor medeklinkers in het Middelhoogduits

    Sch /ʃ/ (1) tredt op voor Konsonanten

    Sch /ʃ/ (2) tredt voor /w/

    De /x/ en /k/ zijn niet de eerste lettergrepen. Een voorbeeld is het woord “kerk”, dat met het Duitse woord “Kirche” overeenstemt. Merk op hoe in het Duits het woord niet “Chirche” is. Niettemin komt de medeklinker /x/ veelal als de eerste lettergrepen voor in het Alemannisch, een voorbeeld is het woord “Chilche” (kerk).

    De klank cht is vanwege de velarisatie in het middelnederlands

    De klank /v/ is vanwege de stemhebbing van f aan de aanvang van een woord gedurende het Middelnederlands tijdperk.

    Wat de klank /ɣ/ betreft, is die de stemhebbende velaire fricatief, die in het Nederlands wordt behouden.
    In het geval van /d/ in woorden zoals denken, de achteruitgang van de dentale fricatief gebeurde:

    /þ/→/d/

    /ð/→/d/

    of t in enkele gevallen in het Nederlands, bijvoorbeeld het woord “toch”

    De achteruitgang van de dentale fricatief gebeurde zowel in het Duits als in het Nederlands, maar de dentale fricatieven worden in het Engels behouden.

    Vandaar zijn de Engelse woorden “there” of “think” zo, en niet “daar” of “denk” zoals in het Duits en het Nederlands.

    De Klinkers

    De tweede stap is de klinkers

    DuitsNederlandsVoorbeelden
    /aɪ̯//e:/Bein – been, Stein – steen
    /aɪ̯//ɛi̯/ zoals “ij“
    /əi̯/ zoals “ei“
    scheinen – schijnen, gleichen – gelijken, schreiben- schrijven,
    Gleichheit- Gelijkheid
    /aʊ̯//œy̯/, /o:/Haus – Huis, laufen – lopen, Traum – Droom
    /ɔʏ̯//œy̯/, /i/, /iu̯/, /u:/, /y:/heulen – huilen, Leute – Lieden, neu – nieuw, Feuer – vuur, teuer – duur (ɔʏ̯ɐ – yːr)

    De eerste /aɪ̯/ is een oorspronkelijke westgermaanse tweeklank die het Duits heeft behouden.

    In het Oudnederlands werd de Germaanse tweeklank /aɪ̯/ een /e:/, vandaar Heim = heem of Bein = been.

    De tweede /aɪ̯/ is een gevolg van de tweeklanking of breking, die in het vroegnieuwhoogduits heeft plaatsgevonden, lijkend naar de grote klinkerverschuiving in het Engels, waarbij /i:/ gaandeweg /aɪ/ werd. In het geval van het Nederlands stammt /ɛi̯/ (in dit geval) af van de Oudnederlandse en Middelnederlandse klinker /i:/.

    De /aʊ̯/ tweeklank is ook een resultaat van de breking die heeft plaatsgevonden in het Vroegnieuwhoogduits. De klank /œy̯/ stammt af van de middelhoognederlandse klinker /u:/.

    De /ɔʏ̯/ tweeklank is een ander gevolg van de Vroegnieuwhoogduitse breking.

    De Vroegnieuwhoogduitse breking

    Een Afbeelding van de Universität Zürich

    Meer klanken

    DuitsNederlandsVoorbeelden
    alOuKalt – koud, halten – houden
    OntEntOntwikkeling – Entwicklung
    UngIngZeichnung – tekening

    De tweeklank /ɑu̯/ (ou) is een gevolg van de vocalisatie van /l/ in het Middelnederlands.

    Extra voorbeelden

    Verkleinwoorden

    DuitsNederlandsVoorbeelden
    Chen/leintje (there are many variations, e.g., je, pje, kje, etc.)Häuschen – huisje, Autochen – autootje
    -ln-lenkrabbeln – krabbelen

    Ook

    DuitsNederlandsVoorbeelden
    ehenaaienwehen waaien, drehen draaien

    Dit is niet het geval voor stehen of staan, aangezien het oorspronkelijk Westgermaans woord *stān was.

    Extra woorden en opmerkingen

    Schmeicheln – smeken

    messen – meten

    schmeißen – smijten

    Tuch – Doek

    reiben – wrijven

    eiche- eke

    Dorf – Dorp

    Leben – Leven

    Opmerkingen

    1. Het is mij opgevallen dat de klinker ə of de klank “sjwa” soms voorkomt tussen de letters “k” of “g” (de stemhebbende velaire fricatief) en “l”, maar dat is vanwege de verschillende etymologieën. Bijvoorbeeld, Deze verben

    gelijken – gleichen

    glijden – gleiten

    In het eerste voorbeeld is de herbouwde Oergermaanse etymologie *galīkōną en in het tweede is het glīdaną. Het schijnt dat het Nederlands in dit geval conservatiever is en dat het “sjwa” (in dit geval) gedurende het Vroegnieuwhoogduitse tijdperk werd verloren.

    2. De toekomende tijd wordt gebouwd met werden in het Duits en zullen in het Nederlands. In oudere vormen van het Duits, zoals het Oudhoogduits, werd een oudere vorm van sollen (ook werden) gebruikt om de “periphratic” tijd te bouwen.

    3. In enkele gevallen heeft het Nederlands een versie van een woord dat in het Nederduits of zelfs in het Engels bestaat, maar niet in het Hoogduits, wat zou kunnen ten gevolge van de obsoletie van het woord in het Hoogduits.

    4. Bovendien heeft het Nederlands veel woorden uit het Frans, woorden die in het Hoogduits niet bestaan (Niettemin heeft Duits ook sommige Franse woorden) of niet op dezelfde manier klinken. Tevens heeft het Nederlands in sommige gevallen leningen uit oudere versies van het Hoogduits.

    5. Daarnaast zijn er hier klanken in die ik niet ben ingegaan op of die onmogelijk zijn om in te gaan. Een voorbeeld is de Nederlandse klinker /ø/, die overeenstemt met veel klinkers in het Duits zoals /yː/, /eː/, /uː/, /ʊ/.

    6. Zelfs als ontcijferd kunnen de woorden verschillende betekenissen hebben zoals valse vrienden