Inleiding
Terwijl ik het boek “De Bourgondiers” heb gelezen, ben ik tot enkele woorden erachter gekomen, woorden die ik besefte dat ze verduitsd konden worden. Bijvoorbeeld, het werkwoord “smeken” wordt “schmeicheln” in het Duits, niet het beste voorbeeld, aangezien “ln” een equivalent van het iteratief “len”. Bovendien zou het perfecte equivalent van smeken het Middelhoogduitse woord “schmeichen” zijn”.
De Nederlandse taal is, in wezen, een Nederfrankisch Hollands dialect met Brabants en Fries invloed.
In het geval van het Duits, hoewel er gedurende het oudhoogduitse tijdperk een heleboel dialecten bestonden, stamde het Duits in wezen af van de Meißense kanselarietal. Behalve “pf” zijn de meeste kenmerken van het Duits ostmiddelhoogduits. De medeklinker /pf/ is een kenmerk dat in de Opperduitse dialecten optreedt.
De Nederfrankische dialecten behalve sommige Limburgse dialecten (die door de Keulse expansie beïnvloed werd) en ook de Nederrijne dialecten, werden niet door de tweede Germaanse klankverschuiving beïnvloed en daardoor behoudt veel oorsprongelijke westgermaanse medeklinkers (niet alleen het Nederlands, maar ook het Engels, het Fries en het Nederduits)
Ik vermeld dit, omdat men om het verduitsings- en vernederlandingsproces te begrijpen, moet begrijpen waarom deze talen zo zijn. Een groot deel van het verschil tussen het Hoogduits en het Nederlands is de medeklinkers.
Er zijn meerdere raamwerken en isoglossen om het thema beter te begrijpen, houwel ik me focus op de Uerdinger-lijn. Er zijn wel raamwerken zoals de Bernrather lijn, maar het Nederlands, zoals ik eerder heb vermeld, toont, in tegenstelling tot andere Nederfrankische dialecten zoals Limburgs en Düsseldorfer Platt, alle kenmerken van een dialect, niet aangetast door de tweede Germaanse klankverschuiving.
Historisch Verloop van de Uerdingen en Karlsruher Lijn tot 1945

Credit to (MicBy67)
De afbeelding bovenaan toont twee lijnen; de bovenliggende is de Uerdinger-lijn, die door Noord-Duitsland, Nederland en België snijdt. In het gebied boven de lijn wordt de oorspronkelijke Germaanse medeklinker /k/ (behalve de eerste lettergreep) uitgesproken, bijvoorbeeld “ik” en niet “ich”. Onder de lijn worden /k/, /χ/, /ɕ/,/ç/ of /ʃ/ in sommige Alemannische dialecten. De tweede lijn onderaan het beeld is de Karlsruher-lijn, die de Opperfrankische dialecten afgrenst van de Alemannische en Beierse dialecten.
De medeklinkers
| Duits | Nederlands | Voorbeelden |
|---|---|---|
| Pf /pf/ | P /p/ | Pfanne – Pan, Pferd – Paard |
| F /f/ | P /p/ | greifen – grijpen, auf – op |
| Sch /ʃ/ (1) | S /s/ | schlafen – slapen, schleifen – slijpen |
| Sch /ʃ/ (2) | Z /z/ | Schwach – zwak |
| Sch /ʃ/ (3) | Sch /sx/ | Schiff – Schip |
| Ch /x/ | K /k/ | Ich – ik, machen – maken |
| G /g/ | G /ɣ/ | Gut – Goed |
| ß /s/ | T /t/ | Heißen – heten, beißen – bijten |
| T /t/ | D /d/ | Tag – dag, Teil – deel, Tal – dal |
| B /b/ | V /f/ | geben- geven, heben – heffen |
| ft /ft/ | cht /xt/ | Luft- Lucht, Kraft – Kracht |
| Z /ts/ | T /t/ | Zehn – Tien, Herzog – Hertog, |
| F /f/ | V /v/ | finden – vinden, Fleisch – vlees |
| W /v/ | W /ʋ/ (Root initial) | Wo – Waar, war – was |
Opmerkingen
Pf, F, Ch /x/, ß, T, Z /ts/, B (tot op zekere hoogte) zijn de gevolgen van de tweede Germaanse klankverschuiving.
De overgang van /v/ → /b/ kan de tweede Germaanse klankverschuiving en “the Germanic spirant law” toegewezen worden, wat leidt tot de vervanging van b door v en f in enkele vormen van een woord, bijvoorbeeld *habjaną – *haftaz, haben – Haft.
De eerste twee sch klanken zijn een resultaat van s̠ – /ʃ/ voor medeklinkers in het Middelhoogduits
Sch /ʃ/ (1) tredt op voor Konsonanten
Sch /ʃ/ (2) tredt voor /w/
De /x/ en /k/ zijn niet de eerste lettergrepen. Een voorbeeld is het woord “kerk”, dat met het Duitse woord “Kirche” overeenstemt. Merk op hoe in het Duits het woord niet “Chirche” is. Niettemin komt de medeklinker /x/ veelal als de eerste lettergrepen voor in het Alemannisch, een voorbeeld is het woord “Chilche” (kerk).
De klank cht is vanwege de velarisatie in het middelnederlands
De klank /v/ is vanwege de stemhebbing van f aan de aanvang van een woord gedurende het Middelnederlands tijdperk.
Wat de klank /ɣ/ betreft, is die de stemhebbende velaire fricatief, die in het Nederlands wordt behouden.
In het geval van /d/ in woorden zoals denken, de achteruitgang van de dentale fricatief gebeurde:
/þ/→/d/
/ð/→/d/
of t in enkele gevallen in het Nederlands, bijvoorbeeld het woord “toch”
De achteruitgang van de dentale fricatief gebeurde zowel in het Duits als in het Nederlands, maar de dentale fricatieven worden in het Engels behouden.
Vandaar zijn de Engelse woorden “there” of “think” zo, en niet “daar” of “denk” zoals in het Duits en het Nederlands.
De Klinkers
De tweede stap is de klinkers
| Duits | Nederlands | Voorbeelden |
|---|---|---|
| /aɪ̯/ | /e:/ | Bein – been, Stein – steen |
| /aɪ̯/ | /ɛi̯/ zoals “ij“ /əi̯/ zoals “ei“ | scheinen – schijnen, gleichen – gelijken, schreiben- schrijven, Gleichheit- Gelijkheid |
| /aʊ̯/ | /œy̯/, /o:/ | Haus – Huis, laufen – lopen, Traum – Droom |
| /ɔʏ̯/ | /œy̯/, /i/, /iu̯/, /u:/, /y:/ | heulen – huilen, Leute – Lieden, neu – nieuw, Feuer – vuur, teuer – duur (ɔʏ̯ɐ – yːr) |
De eerste /aɪ̯/ is een oorspronkelijke westgermaanse tweeklank die het Duits heeft behouden.
In het Oudnederlands werd de Germaanse tweeklank /aɪ̯/ een /e:/, vandaar Heim = heem of Bein = been.
De tweede /aɪ̯/ is een gevolg van de tweeklanking of breking, die in het vroegnieuwhoogduits heeft plaatsgevonden, lijkend naar de grote klinkerverschuiving in het Engels, waarbij /i:/ gaandeweg /aɪ/ werd. In het geval van het Nederlands stammt /ɛi̯/ (in dit geval) af van de Oudnederlandse en Middelnederlandse klinker /i:/.
De /aʊ̯/ tweeklank is ook een resultaat van de breking die heeft plaatsgevonden in het Vroegnieuwhoogduits. De klank /œy̯/ stammt af van de middelhoognederlandse klinker /u:/.
De /ɔʏ̯/ tweeklank is een ander gevolg van de Vroegnieuwhoogduitse breking.
De Vroegnieuwhoogduitse breking

Een Afbeelding van de Universität Zürich
Meer klanken
| Duits | Nederlands | Voorbeelden |
|---|---|---|
| al | Ou | Kalt – koud, halten – houden |
| Ont | Ent | Ontwikkeling – Entwicklung |
| Ung | Ing | Zeichnung – tekening |
De tweeklank /ɑu̯/ (ou) is een gevolg van de vocalisatie van /l/ in het Middelnederlands.
Extra voorbeelden
Verkleinwoorden
| Duits | Nederlands | Voorbeelden |
|---|---|---|
| Chen/lein | tje (there are many variations, e.g., je, pje, kje, etc.) | Häuschen – huisje, Autochen – autootje |
| -ln | -len | krabbeln – krabbelen |
Ook
| Duits | Nederlands | Voorbeelden |
|---|---|---|
| ehen | aaien | wehen waaien, drehen draaien |
Dit is niet het geval voor stehen of staan, aangezien het oorspronkelijk Westgermaans woord *stān was.
Extra woorden en opmerkingen
Schmeicheln – smeken
messen – meten
schmeißen – smijten
Tuch – Doek
reiben – wrijven
eiche- eke
Dorf – Dorp
Leben – Leven
Opmerkingen
1. Het is mij opgevallen dat de klinker ə of de klank “sjwa” soms voorkomt tussen de letters “k” of “g” (de stemhebbende velaire fricatief) en “l”, maar dat is vanwege de verschillende etymologieën. Bijvoorbeeld, Deze verben
gelijken – gleichen
glijden – gleiten
In het eerste voorbeeld is de herbouwde Oergermaanse etymologie *galīkōną en in het tweede is het glīdaną. Het schijnt dat het Nederlands in dit geval conservatiever is en dat het “sjwa” (in dit geval) gedurende het Vroegnieuwhoogduitse tijdperk werd verloren.
2. De toekomende tijd wordt gebouwd met werden in het Duits en zullen in het Nederlands. In oudere vormen van het Duits, zoals het Oudhoogduits, werd een oudere vorm van sollen (ook werden) gebruikt om de “periphratic” tijd te bouwen.
3. In enkele gevallen heeft het Nederlands een versie van een woord dat in het Nederduits of zelfs in het Engels bestaat, maar niet in het Hoogduits, wat zou kunnen ten gevolge van de obsoletie van het woord in het Hoogduits.
4. Bovendien heeft het Nederlands veel woorden uit het Frans, woorden die in het Hoogduits niet bestaan (Niettemin heeft Duits ook sommige Franse woorden) of niet op dezelfde manier klinken. Tevens heeft het Nederlands in sommige gevallen leningen uit oudere versies van het Hoogduits.
5. Daarnaast zijn er hier klanken in die ik niet ben ingegaan op of die onmogelijk zijn om in te gaan. Een voorbeeld is de Nederlandse klinker /ø/, die overeenstemt met veel klinkers in het Duits zoals /yː/, /eː/, /uː/, /ʊ/.
6. Zelfs als ontcijferd kunnen de woorden verschillende betekenissen hebben zoals valse vrienden

Geef een reactie